Een Blanchitsu kleurenpalet hoeft niet groot te zijn. Sterker nog, als je voor je eerste miniatuur vijftien verschillende kleuren probeert te combineren, maak je het jezelf waarschijnlijk alleen maar moeilijker. De typische sfeer ontstaat juist vaak doordat een klein aantal kleuren steeds terugkomt en op verschillende materialen wordt gebruikt.

Gedempte aardetinten, vuil rood, bleke huid, verweerd metaal en een lichte accentkleur kunnen samen al genoeg zijn voor een complete miniatuur. Het gaat uiteindelijk minder om hoeveel kleuren je hebt en veel meer om wat iedere kleur binnen het model doet. Als je eerst wat meer achtergrond wilt over waarom dit zo goed bij de stijl past, lees dan Wat is Blanchitsu?.

Begin met een paar basiskleuren

Kies eerst twee of drie kleuren die het grootste deel van de miniatuur gaan bepalen. Bruin, beige, olijf, donkerrood, grijs en andere wat gedempte tinten zijn hiervoor logische kandidaten, maar er bestaat geen verplichte Blanchitsu kleurenkaart. Kijk vooral naar het model en naar de sfeer die je wilt bereiken.

Een figuur met veel stof en leer vraagt bijvoorbeeld iets anders dan iemand in zwaar metalen pantser. Een bleke, bijna ziekelijke figuur mag weer een ander palet krijgen dan een model waarbij een rode jas het belangrijkste onderdeel is. Het palet volgt dus het project, niet andersom.

Rood werkt verrassend goed

Rood zie je vaak terug in John Blanche-geïnspireerde miniaturen, maar dat hoeft niet te betekenen dat je een fel en schoon rood rechtstreeks uit het potje gebruikt. Donker, vuil of verweerd rood kan een kledingstuk, symbool, wapen of klein detail genoeg aandacht geven zonder dat je ineens een compleet bont kleurenpalet nodig hebt.

Je kunt rood bovendien naar de rest van je palet trekken door het donkerder, vuiler of gedempter te maken met kleuren die je elders op het model gebruikt. Zo blijft het opvallend genoeg om aandacht te trekken, maar voelt het niet alsof iemand achteraf een felrood onderdeel op een verder verweerde miniatuur heeft geplakt.

Huid hoeft niet gezond te zijn

Huid is een van de plekken waar je flink met kleur kunt spelen. Een huidskleur hoeft niet alleen uit een basistint, wash en lichtere highlight te bestaan. Een beetje rood rond neus, oren of littekens kan warmte geven, terwijl grijs, paars of bruin juist kan zorgen voor een vermoeide, koude of ongezonde uitstraling.

Je hoeft daar niet meteen een compleet arsenaal huidtinten voor te kopen. Een paar kleuren uit de rest van je palet door je huid mengen kan juist helpen om alles bij elkaar te laten horen. Bovendien levert dat vaak interessantere gezichten op dan wanneer ieder model exact dezelfde standaard huidskleur krijgt.

Metaal mag onderdeel van het palet worden

Metaal hoeft binnen Blanchitsu niet als een los, glimmend materiaal boven op de rest van de miniatuur te liggen. Dezelfde bruine, zwarte of roodachtige kleuren die elders op het model zitten, kun je ook gebruiken om metalen delen te vervuilen en te verkleuren. Laat op een paar plekken wat helderder metaal zichtbaar en je behoudt genoeg contrast om het materiaal als metaal te laten lezen.

Dat soort herhaling is precies waarom een klein kleurenpalet zo goed kan werken. Verschillende materialen blijven herkenbaar, maar voelen toch alsof ze onderdeel zijn van dezelfde miniatuur en dezelfde omgeving. In Hoe schilder je miniaturen in de Blanchitsu stijl? gaan we verder in op hoe je die verschillende materialen binnen hetzelfde palet behandelt.

Vergeet een lichte kleur niet

Wanneer bijna alles donker, vies en gedempt is, heb je ergens een lichtere waarde nodig om belangrijke details zichtbaar te houden. Dat hoeft absoluut geen spierwit te zijn. Een lichte huidtint, vuil ivoor, bleek beige of een andere zachte lichte kleur kan al genoeg zijn om een gezicht, symbool of ander belangrijk onderdeel naar voren te halen.

Gebruik zo’n kleur met mate. Juist omdat de rest van het palet rustig en donkerder is, heb je er meestal verrassend weinig van nodig. Een klein licht vlak op de juiste plaats doet vaak meer voor het model dan nog vijf extra middentonen.

Hoeveel kleuren heb je eigenlijk nodig?

Voor een eerste project zouden we veel eerder met zes of zeven nuttige kleuren beginnen dan met twintig. Je kunt kleuren mengen, dezelfde verf op verschillende materialen gebruiken en tijdens het schilderen vanzelf ontdekken of er daadwerkelijk iets ontbreekt. Dat geldt ook voor de John Blanche Masterclass reeks: omdat de kleuren los verkrijgbaar zijn, kun je heel gericht kiezen wat jouw palet nodig heeft.

Welke John Blanche Masterclass verf heb je nodig? helpt je om vanuit je project naar die keuze te kijken. De beschikbare Masterclass kleuren vind je binnen onze collectie The Army Painter verf en verfsets. Begin dus niet met de vraag hoeveel kleuren je kunt gebruiken, maar met de vraag welke kleuren je miniatuur daadwerkelijk nodig heeft.

Als dat er uiteindelijk vijf zijn, prima. Zijn het er negen, ook prima. Zolang iedere kleur maar iets te doen heeft.